ECLI:NL:CRVB:2005:AS9240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen arbeidsongeschiktheid
Appellant, onderhoudsmonteur, stopte in juni 1998 met werken wegens rugklachten. In 1999 werd een WAO-uitkering toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep werd de uitkering in 2002 herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Appellant betwistte dat de beperkingen voldoende waren meegewogen.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsartsen zorgvuldig alle medische informatie, inclusief die van de behandelend orthopedisch chirurg, hebben betrokken. Hoewel de chirurg andere conclusies trok, waren er geen nieuwe medische feiten die de eerdere beoordeling ondermijnden. De Raad vond geen aanleiding een deskundige in te schakelen.
De Raad oordeelde dat appellant in staat is de hem voorgehouden functies gedurende een volledige dagtaak te vervullen. Tevens wees de Raad erop dat artikel 39a WAO niet van toepassing is omdat er geen sprake was van toename van arbeidsongeschiktheid na de herziening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de herziening bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.