ECLI:NL:CRVB:2005:AS9365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar WAO wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin een terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering werd meegedeeld. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onterecht het bezwaar voor het WAO-deel niet-ontvankelijk had verklaard, terwijl het bezwaar voor het invaliditeitspensioen, dat in dezelfde brief werd meegedeeld, wel ontvankelijk was verklaard door de directieraad van de Stichting Pensioenfonds ABP. De Centrale Raad overwoog dat het UWV niet gebonden is aan de beslissing van de Stichting Pensioenfonds ABP en dat het verschil in behandeling van de bezwaren niet onrechtmatig is.
De Raad zag geen reden om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het WAO-besluit. Er was geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De zaak werd behandeld op zitting op 21 januari 2005, waarna het arrest op 4 maart 2005 werd uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het WAO-besluit is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.