ECLI:NL:CRVB:2005:AS9405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding in WAO-uitkering
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd geweigerd per besluit van 13 juni 2003. Het bezwaar tegen dit besluit werd door gedaagde niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte de inconsistenties tussen schriftelijke en mondelinge getuigenverklaringen als reden nam om het bewijs van de datum van terpostbezorging van het bezwaarschrift niet te accepteren. De Raad oordeelde dat het tijdsverloop tussen de verklaringen geen reden is om verschillen te negeren en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was. Hierdoor mocht de datum van het poststempel worden gehanteerd.
Verder voerde appellante aan dat zij niet was geïnformeerd over de mogelijkheid van het indienen van een voorlopig pro forma bezwaarschrift om de termijn te bewaren. De Raad stelde dat hiervoor geen wettelijke of ongeschreven verplichting bestaat voor gedaagde om hierover ongevraagd te informeren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding.