ECLI:NL:CRVB:2005:AS9406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering partnertoeslag studiefinanciering met terugwerkende kracht
Appellant verzocht om met terugwerkende kracht vanaf de geboorte van zijn dochter een partnertoeslag toe te kennen in het kader van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000). Gedaagde had deze toeslag toegekend met ingang van 1 december 2002, de datum van de aanvraag, en had bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
De rechtbank Groningen oordeelde dat de toekenning van de toeslag terecht niet met terugwerkende kracht was toegekend. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet om een verhoging van studiefinanciering had gevraagd, maar om omzetting van een lening in een prestatiebeurs of gift, en dat gedaagde onredelijk had geweigerd de toeslag eerder toe te kennen.
De Raad overwoog dat de WSF 2000 niet voorziet in omzetting van lening in prestatiebeurs of gift en dat artikel 3.21 WSF 2000 bepaalt dat toeslagen niet met terugwerkende kracht kunnen worden toegekend. Bovendien ligt het op de weg van de studerende om tijdig informatie in te winnen over persoonlijke wijzigingen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de partnertoeslag niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend en wijst het beroep af.