ECLI:NL:CRVB:2005:AS9550
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens onvoldoende verminderd functioneren door psychische klachten
De erven van de overledene hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad tot weigering van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). De overledene had psychische klachten als gevolg van vervolging, maar volgens de Raad was er onvoldoende medisch bewijs dat deze klachten hadden geleid tot een verminderd functioneren of invalidering.
De Raad baseerde zich op medisch onderzoek door psychiater Schogt en een geneeskundig adviseur, die concludeerden dat de psychische klachten niet hadden geleid tot verminderd verdienvermogen of functioneren ten opzichte van leeftijdsgenoten. Ook de vervroegde pensionering in 1989 werd niet geacht te zijn veroorzaakt door deze klachten, mede omdat er geen objectieve medische gegevens waren die dat ondersteunden.
De Raad overwoog dat vervroegde pensionering als normale beëindiging van het arbeidsproces wordt gezien, tenzij er duidelijke medische aanwijzingen zijn van ziekte-gerelateerde werkbeëindiging. De psychische gesteldheid van de overledene was na pensionering verbeterd en hij functioneerde redelijk in psychosociaal opzicht.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 3 maart 2005.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van verminderd functioneren.