ECLI:NL:CRVB:2005:AS9727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake vaststelling meerinkomen studiefinanciering 1995
Appellante had studiefinanciering ontvangen voor het studiejaar 1995-1996, maar gedaagde stelde vast dat zij onvoldoende studiepunten had behaald en keerde de beurs om in een lening voor de maanden september tot en met november 1995. Tevens werd vastgesteld dat appellante in 1995 eigen inkomsten had, wat leidde tot een vordering wegens meerinkomen.
Na diverse besluiten en herzieningen stelde gedaagde het meerinkomen definitief vast op f 2.885,22 met een boete van f 546,-. Appellante voerde aan dat de periode van september tot november 1995 ten onrechte was meegenomen, omdat zij vanaf september geen recht meer had op studiefinanciering.
De Raad oordeelde dat appellante geen belang meer had bij beoordeling van eerdere besluiten en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De Raad bevestigde dat de periode september-november 1995 terecht was meegenomen, omdat de studiefinanciering formeel was toegekend en appellante geen bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit. Tevens werd het door appellante betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 5 januari 2005 wordt ongegrond verklaard.