ECLI:NL:CRVB:2005:AS9917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- A.Q.C. Tak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding tandheelkundige implantaten wegens onvoldoende prothetische voorgeschiedenis
Appellant vordert vergoeding voor het aanbrengen van tandheelkundige implantaten voor zijn echtgenote. Het verzoek werd door IZA Nederland afgewezen omdat eerst een goede conventionele prothese zou moeten zijn geprobeerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel. De Raad stelt vast dat de echtgenote eerst een noodvoorziening en daarna een prothese met wortelkap en stift kreeg, maar dat pas na het verwijderen van de wortels sprake was van een tandeloze kaak. De prothese was niet optimaal voor deze situatie en de betrokkene had niet eerst met een goede conventionele prothese geprobeerd te functioneren.
De Raad oordeelt dat het uitgangspunt van gedaagde, dat implantaten pas worden vergoed als eerst een goede conventionele prothese is geprobeerd, verenigbaar is met de Vergoedingenlijst en de eisen van goede tandheelkundige praktijk. De deskundigenrapporten van appellant konden dit niet overtuigend weerleggen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van vergoeding van tandheelkundige implantaten bevestigd.