ECLI:NL:CRVB:2005:AT0168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding verblijfskosten vakantievoorziening op grond van de WUV
Eiser, een vervolgingsslachtoffer, ontving op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 een vergoeding voor een therapeutische reis naar Indonesië voor twee personen gedurende maximaal drie weken. Na indiening van een kostenbegroting en offerte stelde verweerster de vergoeding vast op €4.200, waarvan €1.829,29 bestemd was voor verblijfskosten.
Eiser betoogde dat dit bedrag onvoldoende was en dat hij een tekort van €2.143,-- had, onderbouwd met nota's. Verweerster kende een aanvullende vergoeding van €718,79 toe voor autohuur, maar verklaarde het bezwaar voor het overige ongegrond. De Raad oordeelt dat verweerster terecht gebruik heeft gemaakt van normbedragen gebaseerd op werkelijke prijzen van kwalitatief aanvaardbare accommodaties.
Eiser heeft geen aantoonbare noodzaak voor duurdere accommodaties gesteld. Ook is geen toezegging gedaan dat alle declaraties boven het maximumbedrag zouden worden vergoed. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en een vergoeding van proceskosten wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.