ECLI:NL:CRVB:2005:AT0207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht sociale werknemersverzekeringen bij werkzaamheden na licentieoverdracht
Appellant had een licentieovereenkomst gesloten voor octrooien op rolluik- en zonweringsonderdelen, waarna hij werkzaamheden verrichtte voor de vennootschap die deze licenties had overgenomen. Na het beëindigen van loonbetalingen vroeg appellant of hij als verzekeringsplichtige werknemer kon worden aangemerkt.
De Raad stelde vast dat er geen reële gezagsverhouding bestond tussen appellant en de vennootschap. De rechtbank had al geoordeeld dat de inhoud van de licentieovereenkomst en de feitelijke omstandigheden, zoals het bepalen van verkoopprijzen door appellant en zijn financieel belang bij de onderneming, wezen op gezamenlijk ondernemerschap.
De Raad vond de aangevoerde argumenten van appellant onvoldoende om het bestaan van een gezagsverhouding aan te nemen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee appellant niet als werknemer voor sociale verzekeringen werd erkend.
Uitkomst: Appellant wordt niet als verzekeringsplichtige werknemer beschouwd wegens het ontbreken van een reële gezagsverhouding.