ECLI:NL:CRVB:2005:AT0300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie zonder discretionaire bevoegdheid
Appellante, Stichting Werkgelegenheidsinitiatieven “De Graafschap”, stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen inzake de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over de jaren 2000, 2001 en 2002. De rechtbank had het beroep van appellante verworpen en geoordeeld dat de vaststelling van de premie geen discretionaire bevoegdheid van gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, betreft.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank terecht niet het criterium van redelijkheidstoetsing heeft toegepast, aangezien gedaagde geen beoordelingsvrijheid heeft bij de premievaststelling. Tevens werd het beroep op het vertrouwensbeginsel door de rechtbank met een juiste motivering verworpen. Appellante was niet verschenen bij de zitting van de Raad.
De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde de beslissing van de rechtbank. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken door rechter R.C. Stam.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie en wijst het hoger beroep af.