ECLI:NL:CRVB:2005:AT0361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en intrekking WAO- en WAZ-uitkeringen wegens niet opgegeven zwarte inkomsten
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een onderneming in de horeca, ontving uitkeringen op grond van de WAO, AAW en later WAZ. Uit onderzoek bleek dat slechts 70% van de omzet in de administratie werd verantwoord en dat de resterende 30% als zwarte omzet werd gebruikt voor niet opgegeven loonbetalingen. Appellant ontkende aanvankelijk deze zwarte inkomsten, maar getuigenverklaringen en rapporten bevestigden hun bestaan.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen de terugvordering en intrekking van uitkeringen ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de inkomsten niet uit arbeid maar uit vermogen zouden zijn, en dat de belastingdienst deze als vermogensinkomsten had aangemerkt. De Raad oordeelde echter dat de zwarte inkomsten voortkwamen uit ondernemersactiviteiten die het karakter van arbeid dragen, zoals personeelsbeleid en beleidsbeslissingen.
De Raad bevestigde dat de inkomsten als inkomsten uit arbeid moeten worden beschouwd en dat de uitkeringen terecht zijn teruggevorderd en ingetrokken. Tevens werd gewezen op de fictie dat arbeid na drie jaar wordt aangemerkt als algemeen geaccepteerde arbeid, wat ook van toepassing is op de zwarte inkomsten. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en intrekking van de uitkeringen wegens niet opgegeven zwarte inkomsten die als inkomsten uit arbeid zijn aangemerkt.