ECLI:NL:CRVB:2005:AT0754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van onjuistheid medische grondslag WAO-schatting en toekenning volledige arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die het besluit van het UWV om de WAO-uitkering van gedaagde te herzien en te verlagen van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid vernietigde. Gedaagde was werkzaam als lasser/metaalbewerker en viel uit met surmenageklachten. Diverse medische rapporten, waaronder die van psychiater Min en verzekeringsarts Hulst, vormden de basis voor het oorspronkelijke besluit.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, psychiater Nabarro, die na onderzoek concludeerde dat gedaagde leed aan een ernstige psychiatrische ziekte (bipolaire stoornis) met functiestoornissen die volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen. Het UWV voerde aan dat het rapport van Nabarro niet voldeed aan de vereisten van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en onvoldoende medische onderbouwing bood.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel gevolgd wordt en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag van het UWV-besluit onjuist was. De Raad stelde vast dat de gezondheidstoestand van gedaagde duidelijk was verslechterd en dat Nabarro voldoende medisch had onderbouwd dat gedaagde op de datum in geding niet belastbaar was met arbeid. Het hoger beroep van het UWV werd verworpen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat gedaagde volledig arbeidsongeschikt is op medische gronden.