ECLI:NL:CRVB:2005:AT0757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over intrekking WAO-uitkering wegens strijd met artikel 8:57 Awb
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De rechtbank Amsterdam vernietigde het intrekkingsbesluit en verklaarde het bezwaar gegrond, mede vanwege een wijziging van de intrekkingsdatum in bezwaar. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de uitspraak van de rechtbank niet rechtsgeldig tot stand is gekomen omdat de rechtbank niet opnieuw toestemming heeft gevraagd voor het achterwege laten van een zitting na toevoeging van nieuwe stukken, in strijd met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig en adequaat was, inclusief een telefonisch onderzoek na het vertrek van appellante naar Spanje. De door appellante ingebrachte medische rapporten, waaronder die van psychiater Logtenberg, zijn onvoldoende onderbouwd om het oordeel van de verzekeringsarts te weerleggen. De Raad oordeelt dat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de resterende functies passend zijn.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek of terugwijzing naar de rechtbank.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep tegen het intrekkingsbesluit van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.