ECLI:NL:CRVB:2005:AT0932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en schattingsbesluit volgens WAO bevestigd
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond waarin het besluit van het UWV werd bevestigd om zijn WAO-uitkering te verhogen van 15-25% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid met ingang van 29 juni 1998. Appellant stelde dat zijn rugklachten, chronische buikpijn, pijn op de borst en gewrichtsklachten onvoldoende zijn meegewogen, en dat hij niet in staat is om gehele dagen te werken.
De Raad overwoog dat de verzekeringsarts weliswaar een urenreductie tot 6 uur per dag noemde, maar dit verband hield met deconditionering door inactiviteit en niet met ziekte. Het rapport van het Instituut Hoensbroek uit 1995 werd als niet relevant beoordeeld vanwege de datum en de beperkte waarde van arbeidsexploratie-onderzoeken. Er waren geen objectief-medische gegevens die de stellingen van appellant ondersteunden.
De Raad concludeerde dat het UWV de beperkingen van appellant niet heeft onderschat en dat er geen relevante overschrijding is van de belastbaarheid in de voorgehouden functies. Het bestreden besluit is daarom rechtens juist en het beroep ongegrond. De uitspraak werd bevestigd zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant niet recht heeft op een hogere WAO-uitkering.