ECLI:NL:CRVB:2005:AT1112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijking winstverdeling bij vaststelling WAO-uitkering over 1999 en 2000
Appellant ontvangt sinds 1997 een WAO-uitkering en is vanaf 1998 samen met zijn echtgenote vennoot in een vof. Het UWV heeft de uitkering aangepast op basis van een eigen berekening van het winstaandeel, afwijkend van de fiscale winstverdeling die appellant hanteerde. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht van de fiscale winstverdeling kon afwijken wegens bijzondere omstandigheden, zoals de invloed van arbeidsinbreng en fiscale aftrekposten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de urenverdeling in het rapport van de arbeidsdeskundige onjuist was en dat de winstverdeling onredelijk wisselde. De Raad overwoog dat de arbeidsdeskundige afhankelijk is van de door appellant verstrekte gegevens en dat er geen ondubbelzinnige aanwijzingen waren om de urenverdeling te betwisten. Ook werd bevestigd dat de wijziging in winstverdeling door veranderde arbeidsinbreng van de echtgenote gerechtvaardigd is.
De Raad concludeert dat het UWV op juiste gronden heeft gehandeld en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Er is geen aanleiding om het besluit terug te draaien of de terugvordering van onverschuldigde uitkering te matigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht is afgeweken van de fiscale winstverdeling bij vaststelling van de WAO-uitkering over 1999 en 2000.