ECLI:NL:CRVB:2005:AT1566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet vervulde wachttijd arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als hulpconciërge in een Melkert-baan, meldde zich op 23 mei 2000 arbeidsongeschikt. Na een herstelverklaring op 8 januari 2001 hervatte hij zijn werk niet en werd hij op staande voet ontslagen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde een WAO-uitkering omdat appellant de wettelijke wachttijd van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid niet had doorlopen.
De rechtbank Maastricht oordeelde dat appellant niet onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest sinds zijn ziekmelding. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad baseerde zich op medisch onderzoek van de verzekeringsarts en overleg met de bedrijfsarts, waaruit bleek dat appellant voor het einde van de wachttijd geschikt werd geacht voor zijn functie. Rapporten van latere datum en eerdere medische adviezen boden onvoldoende grond om het standpunt te herzien.
De Raad benadrukte dat geschiktheid voor maatmanarbeid, hier het werk van hulpconciërge, betekent dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO. Er waren geen gronden om af te wijken van het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens niet vervulde wachttijd van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.