ECLI:NL:CRVB:2005:AT1577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens passende functies ondanks medische beperkingen
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De rechtbank Maastricht had eerder geoordeeld dat de intrekking terecht was omdat met inachtneming van haar medische beperkingen passende functies waren geselecteerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De verzekeringsarts heeft vastgesteld dat appellante geen psychische klachten had en niet onder behandeling was van een psychiater of psycholoog. Appellante heeft geen medische gegevens aangeleverd ter onderbouwing van haar stelling dat hiermee onvoldoende rekening is gehouden.
De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts de geschiktheid van de geselecteerde functies op een deugdelijke wijze heeft gemotiveerd, ondanks signalen van het FIS over mogelijke overschrijdingen van het belastbaarheidspatroon. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de medische grondslag onzorgvuldig of ondeugdelijk was.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep de intrekking van de WAO-uitkering, omdat appellante met de geselecteerde functies een inkomen kan verwerven dat leidt tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat passende functies zijn vastgesteld en geen onderbouwing voor psychische klachten is geleverd.