ECLI:NL:CRVB:2005:AT1760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt correctie dagloonberekening WAO-uitkering onderhoudsmonteur
Gedaagde, werkzaam als storingsmonteur in drieploegendienst, werd arbeidsongeschikt verklaard per 29 september 1997. Tijdens zijn ziekte vond bij zijn werkgever een herstructurering plaats waarbij functies en toeslagen werden aangepast. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde het dagloon voor de WAO-uitkering vast op f 205,28 bruto, later gehandhaafd op f 242,72 bruto.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de compensatieregeling voor het verdwijnen van de drieploegentoeslag niet was meegenomen in de dagloonberekening. De Raad bevestigde dat gedaagde, indien niet arbeidsongeschikt, per 28 september 1998 als onderhoudsmonteur in dagdienst zou hebben gewerkt en dat de afbouwregeling en de daarbij behorende vakantietoeslag van 8% in het dagloon moeten worden verwerkt.
Daarnaast achtte de Raad aannemelijk dat ook de consignatietoeslag onderdeel van het dagloon zou zijn geweest, omdat appellant dit onvoldoende had weersproken. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 22 september 2004 werd gegrond verklaard en vernietigd. De Raad veroordeelde het Uwv tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt gegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van het dagloon wordt vernietigd.