ECLI:NL:CRVB:2005:AT1780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluiten over herziening arbeidsongeschiktheid en weigering ziekengeld na medische beoordeling
Appellant, arbeidsongeschikt sinds 1997 door rugklachten, ontving een WAO-uitkering vastgesteld op 80-100%. In 2000 werd dit herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Tevens werd hem per 30 mei 2001 het recht op ziekengeld ontzegd omdat hij geschikt werd geacht voor passende functies. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in en voerde medische bezwaren aan, met name psychische klachten.
De Raad liet appellant onderzoeken door een orthopedisch chirurg en een psychiater. De orthopedisch chirurg bevestigde de vastgestelde belastbaarheid en geschiktheid voor de functies. De psychiater constateerde een aanpassingsstoornis bij chronische pijn, maar vond de objectieve klachten onvoldoende voor arbeidsongeschiktheid. Hij merkte wel op dat de subjectieve beleving van appellant ernstig was en dat bepaalde functies, zoals bestelautochauffeur, niet haalbaar waren vanwege rugklachten.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten samen voldoende grond boden om te bevestigen dat appellant in staat was tot de werkzaamheden van de voorgehouden functies. De opmerkingen over subjectieve klachten en functiebeperkingen waren niet doorslaggevend. De Raad wees ook het rapport van de zenuwarts Groot, dat psychische beperkingen stelde, niet als doorslaggevend aan. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en de besluiten gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de besluiten tot herziening van de WAO-uitkering en weigering van ziekengeld na medische beoordeling.