ECLI:NL:CRVB:2005:AT1800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering wegens te hoog vastgesteld dagloon
Appellante ontving een WAO-uitkering die was gebaseerd op een te hoog vastgesteld dagloon. Gedaagde, het UWV, vorderde daarom terugbetaling van het teveel betaalde bedrag over de periode van 11 mei 1999 tot en met 30 september 2001. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het onderliggende besluit waarbij het dagloon werd vastgesteld in rechte onaantastbaar is geworden, omdat appellante daartegen geen rechtsmiddel had aangewend. Appellante voerde aan dat zij op grond van mededelingen van het UWV en de lange duur van de uitkering mocht aannemen dat het dagloon juist was vastgesteld en dat terugvordering tot onaanvaardbare financiële gevolgen zou leiden.
De Raad stelde vast dat appellante niet had aangetoond dat zij onaanvaardbare gevolgen ondervindt van de terugvordering. Het enkele feit dat zij een lening had afgesloten om een deel terug te betalen, was onvoldoende bewijs. Ook was er geen sprake van een onjuiste of onvolledige schriftelijke mededeling van het UWV die tot gerechtvaardigde verwachtingen had geleid. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en het terugvorderingsbesluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het te veel betaalde WAO-uitkeringsbedrag wegens een te hoog vastgesteld dagloon.