ECLI:NL:CRVB:2005:AT1809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende maatmanfunctie op arbeidsmarkt
Appellant, werkzaam als polyesterbewerker, kreeg op grond van de WAO geen uitkering toegekend omdat hij medisch geschikt werd geacht voor zijn eigen werk en de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat hoewel appellant medisch geschikt is voor zijn oude functie, terugkeer bij de oude werkgever niet mogelijk is vanwege faillissement.
De Raad onderzoekt vervolgens of de maatmanfunctie met dezelfde belasting en beloning in voldoende mate op de arbeidsmarkt voorkomt. Uit de stukken blijkt dat het maatmanloon van appellant hoger is dan het gebruikelijke loon voor de functie polyesterbewerker. Gedaagde heeft niet aangetoond dat de maatmanfunctie met dezelfde beloning in voldoende mate op de arbeidsmarkt aanwezig is.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant en wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen waarbij de maatmanfunctie op de arbeidsmarkt onvoldoende is aangetoond.