ECLI:NL:CRVB:2005:AT1861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijdrageplicht AWBZ bij belastingteruggave en schenking aan derden
Verzekerden verbleven van 1998 tot en met 2001 in een AWBZ-instelling en waren op grond van het Bijdragebesluit zorg bijdrageplichtig. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het bijdrageplichtig inkomen in het berekeningsjaar. Verzekerden ontvingen in 1999 een belastingteruggave over 1997 en 1998 van f 59.239,--, die zij voorafgaand via een notariële akte als schenking aan hun zonen hadden overgedragen.
De belastingdienst betaalde de teruggave rechtstreeks aan de zonen. Gedaagde stelde de bijdrage vast waarbij deze belastingteruggave als genoten inkomen werd meegeteld. Verzekerden stelden dat zij de teruggave niet zelf hadden genoten, omdat deze via schenking aan hun zonen was overgedragen en zij het bedrag niet zelf hadden ontvangen.
De Raad oordeelde dat het Besluit een limitatieve lijst bevat van wat tot het bijdrageplichtig inkomen behoort, waaronder de belastingteruggave. De maatstaf voor genoten inkomen omvat niet alleen feitelijk ontvangen inkomsten, maar ook inkomsten die redelijkerwijs geacht kunnen worden te zijn genoten. De overdracht aan de zonen werd gezien als een constructie die het genietingsmoment niet wegneemt.
De Raad bevestigde dat de belastingteruggave als bijdrageplichtig inkomen geldt, ook al werd het bedrag niet rechtstreeks aan verzekerden betaald. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De belastingteruggave wordt als genoten inkomen meegeteld voor de AWBZ-bijdrage, ook bij schenking aan derden.