ECLI:NL:CRVB:2005:AT1871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R. H.M. Roelofs
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste vermogensvaststelling auto
Appellante ontving een aanvullende bijstandsuitkering sinds 1985. In een heronderzoek in januari 2001 verklaarde zij te beschikken over een Opel Corsa uit 2000, die zij volgens haar verklaring van haar neef in bruikleen had gekregen. Het College van burgemeester en wethouders van Amstelveen trok de bijstandsuitkering in over de periode van 3 maart 2000 tot en met 22 oktober 2000 wegens overschrijding van de vermogensgrens door het bezit van deze auto.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij de auto slechts in bruikleen had en niet over het vermogen kon beschikken. De Raad oordeelde dat het kenteken, de verzekering, belasting en aankoopfactuur op naam van appellante stonden en dat zij de auto gebruikte en de lasten betaalde. De bruikleenovereenkomst dateerde pas van april 2002 en was tegenstrijdig met eerdere verklaringen. Daarom werd aangenomen dat de auto tot haar vermogen behoorde.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking voor het deel dat het betrekking had op de periode van 3 maart 2000 tot en met 22 oktober 2000, omdat het College dit besluit niet langer handhaafde. De rechtsgevolgen van de intrekking bleven echter in stand voor de periode van 9 maart 2000 tot en met 25 augustus 2000, omdat de levering van de auto pas op 9 maart 2000 plaatsvond. Tevens werd vastgesteld dat de auto niet als algemeen gebruikelijk of noodzakelijk kon worden beschouwd. De Raad veroordeelde het College in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd, met behoud van rechtsgevolgen voor de periode 9 maart 2000 tot en met 25 augustus 2000.