ECLI:NL:CRVB:2005:AT1882

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/1838 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • J. Janssen
  • D.J. van der Vos
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Hiertegen diende opposant verzet in. Tijdens de zitting waren partijen niet aanwezig.

De Raad overwoog dat opposant niet aannemelijk had gemaakt dat het griffierecht daadwerkelijk was betaald. Opposant stelde dat hij het griffierecht per internationale postwissel had voldaan, maar deze werd geweigerd en het bedrag teruggestort. Verder ontbrak bewijs van betaling of van een aangetekend verzonden schrijven.

De Raad concludeerde dat opposant in verzuim was gebleven en dat het verzet ongegrond moest worden verklaard. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van 27 augustus 2004 bleef daarmee in stand.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

03/1838 AKW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Marokko, opposant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 27 augustus 2004 het door opposant ingestelde hoger beroep tegen een ten aanzien van hem gegeven uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 maart 2003, nummer AWB 02/660 AKW, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen die uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 28 januari 2005. Partijen zijn niet verschenen.
II. MOTIVERING
Bij schrijven van 20 juni 2003 is opposant gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht. Bij aangetekend schrijven van 8 augustus 2003 en 26 februari 2004 is opposant erop gewezen dat het door hem verschuldigde griffierecht binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de bankrekening van de Raad dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
In het verzetschrift heeft opposant aangevoerd dat hij het griffierecht op 3 juli 2003 per internationale postwissel heeft betaald maar dat deze postwissel werd geweigerd waarna het bedrag door de bank aan hem is teruggestort.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet is betaald.
Hetgeen opposant verder in verzet heeft aangevoerd, te weten dat hij het verschuldigde bedrag per aangetekend verzonden schrijven aan de Raad heeft toegezonden, bevat geen grond op basis waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
De Raad overweegt daartoe dat opposant niet heeft aangetoond noch aannemelijk heeft gemaakt dat hij het griffierecht ook daadwerkelijk heeft betaald. Van een door opposant aangetekend verzonden schrijven is de Raad niet gebleken.
Het verzet moet derhalve ongegrond worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2005.
(get.) J. Janssen.
(get.) J.E. Meijer.