ECLI:NL:CRVB:2005:AT2009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening gedifferentieerde WAO-premie inclusief niet-uitbetaalde uitkering
Appellante betwistte de beslissing van het UWV om bij de berekening van de gedifferentieerde WAO-premie ook het deel van een WAO-uitkering mee te nemen dat niet tot uitbetaling kwam wegens inkomsten uit arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (WSW).
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en wees de zaak terug naar de rechtbank, die vervolgens dezelfde beslissing nam.
In hoger beroep stelde appellante dat het onterecht was om het niet-uitbetaalde deel van de uitkering mee te rekenen bij de premie, en dat dit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. De Raad oordeelde dat het Besluit premiedifferentiatie WAO dit expliciet voorschrijft en dat het onderscheid tussen inkomen uit arbeid in WSW-verband en in het vrije bedrijfsleven gerechtvaardigd is vanwege de subsidieverstrekking door het Rijk.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens vond de Raad geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hiermee blijft de vastgestelde gedifferentieerde premie ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het niet-uitbetaalde deel van de WAO-uitkering terecht wordt meegeteld bij de berekening van de gedifferentieerde premie.