ECLI:NL:CRVB:2005:AT2081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht bij privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks zelfstandige registratie
Appellante, exploitant van een party- en congrescentrum, voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank die stelde dat betrokkenen een privaatrechtelijke dienstbetrekking hadden en daarom verzekeringsplichtig waren. Betrokkenen stonden als zelfstandigen geregistreerd en hadden een eigen cafébedrijf gehad. Appellante stelde dat er geen arbeidsovereenkomst was en dat de zelfstandige registratie en het ontbreken van ondergeschiktheid aan verzekeringsplicht in de weg stonden.
De Raad overwoog dat voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking drie voorwaarden gelden: gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetaling. Ondanks zelfstandige registratie en zelfstandige werkwijze was er sprake van gezag van appellante, persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetaling op basis van een vast uurloon. De intentie van partijen was niet doorslaggevend, en het zelfstandig ondernemerschap stond niet in de weg aan het bestaan van een dienstbetrekking.
De Raad concludeerde dat de werkzaamheden van betrokkenen een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsactiviteit van appellante vormden en dat de directeur eindverantwoordelijkheid droeg. Vervanging was slechts incidenteel en in overmachtssituaties. De beloning was een reële tegenprestatie en kwalificeerde als loon. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de verzekeringsplicht bleef van kracht.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van betrokkenen wordt bevestigd omdat zij een privaatrechtelijke dienstbetrekking hadden.