ECLI:NL:CRVB:2005:AT2391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling medische beperkingen
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering per 15 januari 2001, stellende dat haar fysieke en geestelijke gezondheid onjuist was beoordeeld en dat zij sinds januari 2002 volledig arbeidsongeschikt is. De Raad heeft de medische beoordeling van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die gebaseerd waren op dossieronderzoek, eigen onderzoek en informatie van behandelend specialisten, als juist en zorgvuldig beoordeeld.
De Raad concludeerde dat bij de selectie van passende functies voldoende rekening was gehouden met de medische beperkingen van appellante, met uitzondering van de functie brugwachter die niet passend werd geacht. De informatie van de behandelend psycholoog over klachten die pas na de beoordelingsdatum ontstonden, bood geen aanleiding om het oordeel over de belastbaarheid te herzien.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand. De Raad zag geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door mr. J. Janssen, met griffier M.H.A. Uri, op 18 maart 2005.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 15 januari 2001 wordt bevestigd.