ECLI:NL:CRVB:2005:AT2406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar een WAO-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Zij stelde dat het door de verzekeringsarts opgestelde belastbaarheidspatroon niet overeenkomt met haar beperkingen en dat zij niet in staat is vier uur per dag loonvormende arbeid te verrichten.
De verzekeringsarts baseerde zijn beoordeling op medische rapporten, waaronder die van een internist die CVS en een stemmingsstoornis vaststelde, en een arbeidsdeskundige die functies selecteerde passend bij haar belastbaarheid. De bezwaarverzekeringsarts heeft het therapeutische beleid van de behandelend psychotherapeut kritisch beoordeeld en concludeerde dat langdurige arbeidsongeschiktheid zonder objectieve pathologie niet medisch is te rechtvaardigen.
De rechtbank Roermond vond geen aanleiding om de medische beoordeling van het UWV in twijfel te trekken en stelde dat de subjectieve beleving van appellante niet doorslaggevend is. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt de noodzaak van objectivering bij arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen, ook bij diagnoses als CVS die geen objectief vaststelbare oorzaak hebben.
De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende onderbouwd is en dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de toekenning van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%.