ECLI:NL:CRVB:2005:AT2408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- M.H.A. Uri
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voorheen werkzaam als administratief medewerkster en gastvrouw in de zorgsector, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering wegens chronische rugklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na afronding van medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering ingetrokken per 31 juli 2001, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het medische onderzoek onzorgvuldig was en dat haar belastbaarheid was overschat. De Centrale Raad van Beroep heeft deze grieven niet gevolgd en acht de medische beoordeling, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en een orthopedisch chirurg, voldoende en verantwoord.
De Raad oordeelt dat het ontbreken van een MRI-onderzoek, zoals geadviseerd, niet leidt tot ontoereikende gegevens. Ook is de Raad van mening dat appellante voldoet aan de belastingeisen van de geselecteerde functies, ondanks haar beperkingen in gastvrouwtaken. De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 31 juli 2001 wordt bevestigd omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is.