ECLI:NL:CRVB:2005:AT2411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting psychische beperkingen
Appellant betwistte de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45 tot 55%, in plaats van de eerdere 80 tot 100%. Hij voerde aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet in staat zou zijn om te functioneren binnen een hiërarchische werkgever-werknemer verhouding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat vijf van de acht door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies medisch passend zijn voor appellant, waarbij de verzekeringsarts de belastende aspecten adequaat had toegelicht. Er was geen aanleiding om de medische beperkingen anders te beoordelen dan door de verzekeringsartsen was gedaan. Bovendien werden geen aanvullende medische gegevens ingebracht die de stelling van appellant ondersteunden.
De Raad verwierp de interpretatie van een psychiater uit 1986 die appellant ongeschikt achtte voor loondienst, omdat deze niet strookte met de actuele medische rapportages. De mate van arbeidsongeschiktheid werd daarom terecht vastgesteld op 45 tot 55%. De Raad zag geen grond om af te wijken van het eerdere besluit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.