ECLI:NL:CRVB:2005:AT2413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- M.H.A. Uri
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens juiste waardering psychische beperkingen
Appellant verzocht om verhoging van zijn WAO-uitkering, die was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%, ingaande 12 februari 2001. Het UWV weigerde dit verzoek bij besluit van 2 mei 2001, en verklaarde het bezwaar op dit besluit ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de psychische beperkingen onjuist waren gewaardeerd, onderbouwd met een rapport van een gz-psycholoog. Het UWV voerde verweer met een rapport van een bezwaarverzekeringsarts. De Centrale Raad van Beroep heeft het geschil behandeld op zitting en heeft de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad vond geen aanleiding om een onafhankelijke medische deskundige te raadplegen en concludeerde dat het rapport van de gz-psycholoog geen aanwijzingen bevatte dat de psychische beperkingen van appellant op de peildatum onjuist waren vastgesteld. De Raad oordeelde dat de psychische beperkingen niet waren ondergewaardeerd en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de WAO-uitkering niet te verhogen.