ECLI:NL:CRVB:2005:AT2598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkeringsbesluit na beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd bevestigd. Dit besluit betrof de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 14 augustus 2000 op 55 tot 65%.
De Raad bekeek de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit, waaronder rapporten van bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundigen. Deze rapporten bevestigden dat appellant geschikt was voor bepaalde functies, zoals telefoonmedewerker, rekening houdend met de belasting van die functies en toeslagen voor wisselende diensten.
Appellant was niet verschenen bij de zitting, terwijl het Uwv zich liet vertegenwoordigen. De Raad vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad verwees voor een uitvoerig overzicht van feiten en omstandigheden naar de uitspraak van de rechtbank en beperkte zich tot de bevestiging van het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 55 tot 65%.