ECLI:NL:CRVB:2005:AT2715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar die het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tot herziening van zijn WAO-uitkering in stand hield. Het primaire besluit had de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant verlaagd van 80-100% naar 25-35%, waarna het bezwaarbesluit deze mate weer verhoogde tot 80-100% per 2 januari 2001 en 45-55% per 26 november 2001.
Appellant stelde dat het bezwaarbesluit als een nieuw besluit in primo moest worden beschouwd en betwistte de medische beoordeling door de deskundige Schrik, die volgens hem was gebaseerd op verouderde gegevens en onvoldoende rekening hield met de mening van de behandelend chirurg Van der Ham. Ook voerde appellant aan dat de geselecteerde functies ongeschikt waren en dat de schatting niet realistisch was vanwege de beperkte urenomvang van de functies.
De Raad oordeelde dat het bezwaarbesluit binnen de grondslag van het primaire besluit bleef en dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de deskundige zelf de onderzoeksopzet bepaalde en gebruik maakte van relevante medische gegevens. De Raad achtte de geschiktheid van de functies terecht vastgesteld door de deskundige en verwierp het betoog over de realiteitswaarde van de schatting. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering van appellant.