ECLI:NL:CRVB:2005:AT2850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofsen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving sinds 1 maart 1995 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) als alleenstaande. Naar aanleiding van informatie over samenwoning met [partner] heeft de Sociale verzekeringsbank een onderzoek ingesteld, inclusief een huisbezoek en een verklaring van [partner]. Op basis hiervan werd het recht op ouderdomspensioen herzien en een bedrag teruggevorderd wegens teveel betaalde AOW.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of appellant en [partner] vanaf 1 mei 1996 een gezamenlijke huishouding voerden. Voor de periode tot 2 januari 1998 werd het begrip gezamenlijke huishouding anders geïnterpreteerd dan daarna. De Raad oordeelde dat appellant en [partner] inderdaad een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij de feiten zoals gezamenlijk gebruik van woning, gezamenlijke maaltijden en gedeelde voorzieningen doorslaggevend waren.
De Raad vernietigde het besluit voor de periode tot 2 januari 1998 omdat het was gebaseerd op de latere wetswijziging, maar bevestigde de herziening en terugvordering voor de latere periode. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Sociale verzekeringsbank werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering wordt vernietigd voor de periode tot 2 januari 1998.