ECLI:NL:CRVB:2005:AT2954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Geen gezagsverhouding tussen oom en gedaagde in privaatrechtelijke dienstbetrekking
De zaak betreft een geschil over de vraag of er vanaf 1 januari 2001 een gezagsverhouding bestond tussen gedaagde en zijn oom, die werkzaam was in het bedrijf. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde dat de oom verzekeringsplichtig was omdat sprake zou zijn van een gezagsverhouding.
De rechtbank Alkmaar had het besluit van appellant vernietigd en geoordeeld dat er wel sprake was van gezagsuitoefening, omdat de oom zijn werkzaamheden verrichtte naar aanwijzingen van gedaagde en zich niet met het management bezighield. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de familieverhouding en de financiële verhouding tussen gedaagde en zijn oom zich verzetten tegen het aannemen van een gezagsverhouding. De oom was een ervaren familielid met een aanzienlijk financieel belang in de onderneming en werkte onder dezelfde omstandigheden als voorheen. Daarom achtte de Raad het niet aannemelijk dat er vanaf 1 januari 2001 gezagsuitoefening plaatsvond.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit van appellant in stand bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Er is geen gezagsverhouding tussen gedaagde en zijn oom, waardoor de oom niet verzekeringsplichtig is.