ECLI:NL:CRVB:2005:AT3016
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor een voorlopige voorziening. De Centrale Raad van Beroep stelt dat op grond van artikel 23 van Pro de Beroepswet griffierecht verschuldigd is, dat binnen twee weken na dagtekening van de aanmaning voldaan moet zijn.
Verzoeker is bij aangetekende brief van 22 februari 2005 gewezen op de betaling van het griffierecht van €102,00, met de mededeling dat niet tijdige betaling leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Ondanks deze waarschuwing en de gestelde termijn is het griffierecht niet binnen de termijn voldaan, maar pas op 4 maart 2005 ontvangen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. Th.C. van Sloten op 15 maart 2005.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.