ECLI:NL:CRVB:2005:AT3082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzet en grove schuld bij onkostenvergoedingen en boetenota's in looncontroles
De zaak betreft beroepen tegen correctie- en boetenota's opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) aan twee gedaagden over de jaren 1996 tot en met 2000. De rechtbank had deels de beroepen gegrond verklaard, met name voor de boetenota's over 1996-1998 voor gedaagde 1 en over 1996-1999 voor gedaagde 2, vanwege het ontbreken van opzet of grove schuld.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant (Uwv) behandeld, die zich niet kon verenigen met de oordelen van de rechtbank. De Raad overweegt dat gedaagden nalieten aan te tonen dat de verstrekte onkostenvergoedingen daadwerkelijk dienden ter bestrijding van kosten die verband houden met de dienstbetrekking. Hierdoor konden zij niet redelijkerwijs menen juist te hebben gehandeld.
De Raad concludeert dat sprake is van opzet of grove schuld en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de boetenota's over genoemde jaren handhaafde. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en de beroepen van gedaagden ongegrond. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant gegrond verklaard; beroepen van gedaagden tegen boetenota's ongegrond.