ECLI:NL:CRVB:2005:AT3087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking parodontoloog in praktijk
Appellante exploiteert een praktijk voor parodontologie waarin meerdere parodontologen samenwerken. Naar aanleiding van een looncontrole heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) correctienota’s opgelegd omdat de werkzaamheden van een van de parodontologen, [parodontoloog 2], als premieplichtig loon werden aangemerkt. Appellante stelde dat er sprake was van een samenwerkingsovereenkomst en geen dienstbetrekking.
De Raad overwoog dat voor het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking drie elementen vereist zijn: persoonlijke arbeidsverplichting, loonbetaling en gezagsverhouding. Uit de feiten bleek dat [parodontoloog 2] onder de naam van de praktijk factureerde, een vergoeding ontving die niet winstafhankelijk was, en wekelijks op vaste dagen werkte zonder vervanging. Daarnaast was er een gezagsverhouding omdat appellante de praktijk exploiteerde, de kwaliteit waarborgde en beslissingen nam over investeringen.
De Raad concludeerde dat aan alle drie de elementen was voldaan, waardoor [parodontoloog 2] verzekerd is onder de sociale werknemersverzekeringswetten. De stelling van appellante dat sprake was van een maatschap werd niet gevolgd. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en dat de correctienota’s terecht zijn opgelegd.