ECLI:NL:CRVB:2005:AT3143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verdiscontering overwerk- en toeslaguren bij vaststelling WAO-dagloon
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin werd geoordeeld dat zijn overwerk- en toeslaguren niet in het dagloon mochten worden verdisconteerd. Hij stelde dat deze uren onterecht buiten beschouwing waren gelaten en verzocht om een billijke beoordeling waarbij ten minste de toeslaguren zouden worden meegenomen.
De Raad overweegt dat werkdagen na ziekmelding niet binnen het refertejaar vallen en dus niet meegenomen kunnen worden. Verder oordeelt de Raad dat de keuze van appellant om overwerk- en toeslaguren te laten uitbetalen in opgespaarde extra vrije tijd een eigen verantwoordelijkheid is en niet kan leiden tot een geldelijke daglooncomponent. Er is geen grond om op basis van billijkheid hiervan af te wijken.
De aangeleverde stukken, waaronder verklaringen van de werkgever en accountant, tonen aan dat overwerk- en toeslaguren niet structureel in geld zijn betaald en dat niet wordt voldaan aan de minimale eis van het Bijzonder Dagloonbesluit. De door appellant overgelegde loonstroken en stukken zijn onvoldoende bewijskrachtig om alsnog een andere berekening te rechtvaardigen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat overwerk- en toeslaguren die zijn gecompenseerd in extra vrije tijd niet als geldelijke daglooncomponent mogen worden meegenomen.