ECLI:NL:CRVB:2005:AT3145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep bij opschorting en intrekking bijstandsuitkering
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering, waarbij appellant vanaf 22 oktober 1999 geen bijstand meer ontving vanwege detentie en appellante de uitkering voortzette als alleenstaande. Na de voorwaardelijke invrijheidstelling van appellant en zijn intrek bij appellante, stelde de gemeente Venlo het recht op bijstand van appellante opgeschort en ingetrokken met terugwerkende kracht tot 1 mei 2002.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de Raad stelde ambtshalve vast dat appellant geen rechtstreeks belang had bij de besluiten, omdat de bijstand uitsluitend aan appellante was toegekend. Daarom verklaarde de Raad het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk. Daarnaast stelde de Raad vast dat appellante geen bezwaar had gemaakt tegen de besluiten, waardoor haar beroep eveneens niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank had deze niet-ontvankelijkheid miskend, waardoor de Raad de uitspraak vernietigde en de besluiten van 17 september 2002 deels vernietigde. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente Venlo tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep van appellant en appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang en het niet indienen van bezwaar.