ECLI:NL:CRVB:2005:AT3187

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/4775 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
  • E. Heemsbergen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen verzetschrift

De opposant heeft bezwaar gemaakt tegen een eerdere uitspraak waarbij zijn beroepschrift niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Het verzetschrift werd eveneens te laat ingediend, namelijk na de dertien weken termijn die geldt voor in het buitenland wonende belanghebbenden.

De Raad heeft vastgesteld dat het verzetschrift niet tijdig was ontvangen en dat opposant geen geldige reden heeft gegeven voor de overschrijding van de termijn, ondanks een verzoek daartoe. Hierdoor is het verzet niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak is gedaan op grond van de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Er zijn geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 Awb Pro rechtvaardigen.

Het verzet is behandeld in afwezigheid van opposant, die niet is verschenen op de zitting, terwijl de geopposeerde zich heeft laten vertegenwoordigen.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet derhalve afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het verzetschrift zonder geldige reden.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
02/4775 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (Indonesië), opposant,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 18 september 2003 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit d.d. 29 maart 2002, kenmerk JZ/F60/2002/0198, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak is door opposant verzet gedaan.
Het verzetschrift is op 6 juli 2004 ter griffie van de Raad ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 3 februari 2005. Daar is opposant
niet verschenen. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door T.N.L.C. van Wickevoort Crommelin.
II. MOTIVERING
In de, op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Awb, van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb, gelezen in verband met artikel 44, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, is bepaald dat de termijn voor het indienen van een verzetschrift, indien de betrokkene in het buitenland woont, dertien weken bedraagt. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een verzetschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het verzetschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de verzetstermijn ingediend verzetschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij schrijven van 30 juli 2004 is aan opposant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Op laatstgenoemde brief heeft opposant niet gereageerd.
Nu niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest, dient het verzet derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter, in tegenwoordigheid van
E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) E. Heemsbergen.
HD
21.02