ECLI:NL:CRVB:2005:AT3194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder wegens betalingsonmacht
Appellant was bestuurder van een besloten vennootschap (B.V.) die in 1998 haar activiteiten staakte. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) legde in 2000 een correctienota en boetenota op aan de B.V. over 1997, en stelde appellant in 2002 hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling hiervan. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de mededeling van appellant tijdens een looncontrole op 15 maart 2000, waarin hij verklaarde dat de B.V. de premies en boetes onmogelijk kon betalen, als een tijdige mededeling van betalingsonmacht moet worden aangemerkt. Hierdoor vervalt het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat aan de hoofdelijke aansprakelijkheid ten grondslag lag.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat het UWV opnieuw moet beslissen op het bezwaar van appellant, waarbij het UWV moet aantonen dat het niet betalen het gevolg is van aan appellant te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant wordt vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen.