ECLI:NL:CRVB:2005:AT3204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van functiewaardering en wijziging functieprofiel ambtenaar gemeente Alkmaar
De zaak betreft een hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar over de functiewaardering van een ambtenaar werkzaam als hoofd van het bedrijfsbureau van een sector binnen de dienst Stadsontwikkeling en Beheer. De ambtenaar had verzocht om een hogere waardering van zijn functie van niveau HM3 naar HM4, hetgeen een indeling in een hogere salarisschaal zou betekenen.
De rechtbank had het eerdere besluit van de gemeente om het verzoek af te wijzen vernietigd wegens procedurele tekortkomingen, waaronder het niet betrekken van het managementteam en de medezeggenschapscommissie bij de besluitvorming. De gemeente stelde in hoger beroep dat het diensthoofd bevoegd was om te bepalen dat geen fundamentele wijziging van het functieprofiel had plaatsgevonden en dat de procedure daarom mocht worden gestaakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gehele procedure zoals voorgeschreven in de Procedureregeling functievorming en -waardering 1994 gevolgd moet worden, waarbij het diensthoofd een belangrijke maar niet altijd bepalende rol heeft. De Raad constateerde dat het managementteam en de medezeggenschapscommissie niet waren geraadpleegd en dat de waarderingscommissie ten onrechte had verklaard niet bevoegd te zijn het bezwaar te behandelen. Desondanks achtte de Raad dat de ambtenaar hierdoor niet in zijn belangen was geschaad, mede omdat er inmiddels adviezen van de sector P&O en de toetsingscommissie beschikbaar waren.
Inhoudelijk concludeerde de Raad dat sinds het oorspronkelijke profiel uit 1990 geen fundamentele wijzigingen in de functie waren opgetreden. Toegevoegde taken waren van uitvoerende aard en rechtvaardigden geen hogere waardering. Het beroep tegen het besluit van 3 februari 2004 tot afwijzing van het verzoek werd daarom ongegrond verklaard. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de ambtenaar.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van een hogere functiewaardering wordt ongegrond verklaard.