ECLI:NL:CRVB:2005:AT3218
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing periodieke uitkering weduwnaar wegens ontbreken toerekenbaarheid overlijden aan vervolging
Eiser, woonachtig in Canada, verzocht om een periodieke uitkering als weduwnaar op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zijn echtgenote, erkend als vervolgde, overleed aan borstkanker waarvan eiser stelde dat deze was veroorzaakt door medische experimenten tijdens de Duitse bezetting.
Verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, wees de aanvraag af op basis van artikel 7 van Pro de Wet, omdat uit medische adviezen bleek dat er geen verband was tussen de onderduik en het ontstaan van de borstmaligniteit. Er was geen bewijs van medische experimenten door Nederlandse Nazi-doktoren en betrokkene had dit ook nooit gemeld.
De Raad concludeerde dat het overlijden van de echtgenote niet redelijkerwijs aan de vervolging kan worden toegeschreven en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak werd gedaan door mr. C.G. Kasdorp namens de Centrale Raad van Beroep op 17 maart 2005.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een periodieke uitkering wordt afgewezen.