ECLI:NL:CRVB:2005:AT3287
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervolgaanvraag vergoeding kosten verstelbaar bed wegens niet-oorzakelijk verband met vervolging
Eiser, erkend als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, deed een vervolgaanvraag voor vergoeding van kosten van een speciaal verstelbaar bed vanwege toegenomen oedeemklachten aan zijn benen. Deze klachten zouden volgens eiser het gevolg zijn van slechte omstandigheden tijdens zijn internering in Nederlands-Indië.
Verweerster wees de aanvraag af omdat de klachten berusten op een veneuze insufficiëntie die constitutioneel bepaald is en niet in verband kan worden gebracht met de vervolging. Deze afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar. In beroep stelde eiser dat de omgekeerde bewijslast van artikel 7, tweede lid, van de Wet geldt en dat de klachten wel degelijk voortkomen uit de internering.
De Raad overwoog dat de medische adviezen van de geneeskundig adviseurs van de Pensioen- en Uitkeringsraad, gebaseerd op eerdere medische gegevens en recente informatie van de huisarts, het standpunt van verweerster ondersteunen. Er is geen medische documentatie die aantoont dat de klachten eerder dan 1985 bestonden. De Raad concludeert dat het bestreden besluit deugdelijk is gemotiveerd en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de vervolgaanvraag wordt ongegrond verklaard.