ECLI:NL:CRVB:2005:AT3296
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen griffierecht afgewezen
Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Opposant deed hiertegen verzet en stelde dat zijn bewindvoerder niet tijdig geld had verstrekt om het griffierecht te betalen. De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tijdens een zitting waarbij opposant in persoon verscheen.
De Raad wees erop dat opposant bij meerdere gelegenheden schriftelijk was geïnformeerd over de verplichting en termijn voor betaling van het griffierecht. Uit de gegevens bleek dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was bijgeschreven op de rekening van de Raad. Volgens artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is er geen ruimte om te oordelen dat opposant niet in verzuim was.
De Raad overwoog dat het handelen of nalaten van een bewindvoerder als vertegenwoordiger voor rekening en risico van opposant komt. Het feit dat opposant bereid is het griffierecht alsnog te voldoen, doet hieraan niet af. Er waren geen gronden om proceskosten toe te kennen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.