ECLI:NL:CRVB:2005:AT3299

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1225 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn afgewezen

Opposante diende een beroepschrift in tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld.

De Raad behandelde het verzet en constateerde dat opposante geen voldoende gronden had aangevoerd om het verzet gegrond te verklaren. De door haar opgegeven redenen, depressiviteit en angst voor het verschijnen bij instanties, werden niet als voldoende erkend om het verzuim te rechtvaardigen. Er was geen bewijs dat zij gedurende de beroepstermijn geheel niet in staat was een beroepschrift in te dienen of dit door een derde te laten doen.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de oorspronkelijke niet-ontvankelijkverklaring in stand. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door mr. G.L.M.J. Stevens, in aanwezigheid van griffier J.P. Schieveen, op 17 maart 2005.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding van de beroepstermijn wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1225 WUBO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 28 november 2003, kenmerk JZ/Z60/2003, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak is namens opposante verzet gedaan bij brief van 7 juli 2004.
Dit verzetschrift is aangevuld bij schrijven van 16 juli 2004.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 3 februari 2005. Daar is opposante niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen, dat hetgeen opposante in verzet aanvoert de Raad niet leidt tot het oordeel dat zij door het te laat indienen van haar beroepschrift niet in verzuim is geweest. De door opposante aangegeven redenen, te weten dat zij depressief is geworden nadat zij de beslissing had doorgenomen alsmede angst heeft voor instanties te moeten verschijnen, hebben de Raad niet tot een ander oordeel gebracht. Niet is gebleken van gegevens waaruit valt af te leiden dat opposante de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - beroepschrift in te dienen dan wel door een derde in te laten dienen.
Uit het voorgaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, inzake de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2005.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.