ECLI:NL:CRVB:2005:AT3302
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUV-uitkering wegens onvoldoende bewijs vervolging
Eiseres, geboren in 1940, vroeg een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 aan, stellende dat haar vader in 1942 door Japanse soldaten werd gevangen genomen en mishandeld. Eiseres verbleef met haar inlandse moeder, broer en zus in de kampong. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiseres zelf vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet.
De Raad overwoog dat vervolging onder de Wet inhoudt dat sprake moet zijn van vrijheidsberoving door de vijandelijke bezettende macht gericht tegen personen met een Europese of Europees georiënteerde achtergrond. Omdat eiseres niet van haar vrijheid was beroofd en niet voldeed aan de nationaliteits- en territorialiteitsvereisten, kon zij niet als vervolgde worden aangemerkt.
Ook de mogelijkheid tot gelijkstelling op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet werd verworpen omdat niet aan de voorwaarden werd voldaan en het niet toepassen van de Wet geen klaarblijkelijke hardheid opleverde. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.