ECLI:NL:CRVB:2005:AT3343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende onderzoek arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als groepsleerkracht, heeft na een verkeersongeval klachten ontwikkeld en verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV wees dit af omdat zij niet voldeed aan de wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid en omdat de beperkingen niet als ziekte werden erkend.
De rechtbank handhaafde dit besluit, waarbij zij zwaar woog op rapporten van medisch adviseurs die stelden dat appellante geschikt was voor haar eigen werk. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat het begrip 'stoornis' te beperkt werd geïnterpreteerd.
De Raad oordeelde dat er wel degelijk sprake is van beperkingen met een medische grondslag, ook al verschillen deskundigen over de aard daarvan. Het UWV had echter nagelaten te onderzoeken of appellante met haar beperkingen haar eigen werk nog kon verrichten. Daarom werd het besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het betaalde recht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de WAO-uitkering.