ECLI:NL:CRVB:2005:AT3357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon bij WAO-uitkering ondanks bezwaar appellante
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de vaststelling van haar dagloon door het UWV, dat zij te laag acht vanwege het niet meenemen van vier jaarlijkse schaalverhogingen, een eenmalige CAO-uitkering en een eindejaarsuitkering.
De Raad oordeelt dat het UWV de Dagloonregelen WAO correct heeft toegepast. Wijzigingen in loon na de ingangsdatum van de WAO-uitkering mogen niet worden meegenomen, waardoor de schaalverhogingen buiten beschouwing blijven. De eenmalige CAO-uitkering is terecht niet meegenomen omdat de wetgever deze expliciet heeft uitgesloten.
Ten aanzien van de eindejaarsuitkering is het salaris per ingangsdatum van de WAO-uitkering leidend, zodat de berekening door het UWV juist is. De Raad corrigeert wel de rechtbank die onterecht een latere eindejaarsuitkering in haar overwegingen betrok.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbeterde motivering. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De vaststelling van het dagloon blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon van appellante correct is vastgesteld op € 62,31.